Passend onderwijs op mijn school! – Lyceum Kralingen

maandag 03 jul

7 vragen aan Emine Yilmaz, ondersteuningscoördinator van Lyceum Kralingen

Interview in pdf-bestand

1. Wie ben jij op school?
Ik ben coördinator van het ondersteuningsteam, voorheen heette dat coördinator van het zorgteam of zorgcoördinator. Na de invoering van passend onderwijs hebben we deze naam aangepast naar ondersteuningscoördinator. Mijn werkzaamheden bestaan uit de coördinatie van alles dat onder zorg valt; daarnaast heb ik taken als leerlingbegeleider, schoolmaatschappelijk werker, schoolpedagoog en mentor van examenklassen. Ons ondersteuningsteam bestaat uit een schoolmaatschappelijk werker, een leerlingbegeleider en een collega in opleiding voor SPH (sociaalpedagogische hulpverlening). 

Iedereen kent elkaar, elke collega kent elke leerling: we zijn één grote familie.

2. Wat zorgt ervoor dat je met plezier jouw werkdag start?
Hier op school zitten 450 leerlingen. Iedereen kent elkaar, elke collega kent elke leerling; we zijn één grote familie. Ik werk hier met veel plezier. Iedereen kent je, ziet je. Je geeft om elkaar en hebt een vriendschappelijke band. Ouders en leerlingen zeggen dat ook: iedereen ziet je. Als er iets gedaan moet worden, dan regelen collega’s dat met elkaar. We hebben niet vaak discussies, omdat we er snel met elkaar uitkomen.

Passend onderwijs is echt zorg op maat kunnen geven: iedere leerling krijgt individuele aandacht.

3. Wat is voor jou passend onderwijs?
Passend onderwijs op school, is voor mij echt zorg op maat kunnen geven. Dat iedere leerling individuele aandacht krijgt. Om dit echt te kunnen verwezenlijken, dat is heel lastig geloof ik. We doen ons best. We zijn veel preventief bezig, maar dan nog missen we leerlingen. Ik ben hierin perfectionistisch, ik wil dat er echt aandacht is voor elke leerling.

We werken preventief: de ondersteuningslessen zijn afgestemd op de belevingswereld van de jongeren

4. Hoe ziet passend onderwijs op jouw school eruit?
We hebben 21 mentoren die de spil zijn in de begeleiding. Zij zorgen in eerste instantie voor ondersteuning aan hun leerlingen. Soms hebben ze de expertise van het ondersteuningsteam hierbij nodig. We hebben leerlingen ingedeeld in verschillende categorieën: aandachtleerlingen, basiszorg, basisplus en specialistische zorg. De eerste categorie leerlingen (aandacht en basiszorg) kunnen ondersteund worden door de mentor. De leerlingen die ondersteuning op basisplus-niveau of specialistische zorg nodig hebben, neemt het ondersteuningsteam voor zijn rekening. We werken preventief door zogenoemde ondersteuningslessen te geven die afgestemd zijn op de belevingswereld van de jongeren. Zo leren de eerstejaars de eerste 12 weken de gedragsregels hier op school tijdens de ‘niet pesten’-lessen. In het tweede jaar leren ze plannen: hoe stem je schoolwerk en vrije tijd op elkaar af. In leerjaar 3 en 4 krijgen ze ‘breingeheimen lessen’: leerlingen kunnen dwars en opstandig zijn, hoe kunnen ze bijvoorbeeld met hun ouders omgaan. In leerjaar 5 krijgen de leerlingen training tegen examenvrees. Daarnaast krijgen de leerlingen die het nodig hebben, training in sociale vaardigheid (sova), agressieregulatie of faalangstreductie. Dit doen we samen met Eenheid Zorg, we hebben hiervoor een goede samenwerking met hen.

1 leerling heeft 1 aanspreekpunt, de lijnen zijn kort.

5. Wat gaat er goed?
Alle mentoren, docenten, ouders en leerlingen zijn tevreden over de leerlingbegeleiding. 1 leerling heeft 1 aanspreekpunt, de lijnen zijn kort. We doen ons best om vooral preventief bezig te zijn, de trainingen die we geven zijn onze kracht. Zo zijn we problemen een stap voor. Er zijn hier op school leerlingen die op hun tenen lopen, omdat ze havo net niet halen. We doen dan ons best om deze leerlingen naar een diploma toe te trekken. Of er zijn leerlingen die moeite hebben met de combinatie studie, vrije tijd en een bijbaantje. Hoe verdeel je je tijd goed.

Het is ook belangrijk om de hulpvraag goed op papier te krijgen.

6. Wat kan nog beter?
We slagen er goed in om zorg op maat te bieden, we zijn vooral gericht op praktische hulp aan leerlingen. Maar we zullen dit beter moeten registreren. Het is namelijk ook belangrijk om de hulpvraag goed op papier te krijgen.
Daarnaast willen we meer aandacht besteden aan oudervoorlichting. We komen hier niet aan toe, omdat we vooral gericht zijn op leerlingbegeleiding. De individuele communicatie en gesprekken met ouders verlopen goed, maar we willen ook graag meer algemene voorlichting geven over puberteit en opvoeden, zoals bijvoorbeeld omgaan met sociale media en pesten.

De leerlingen zijn belangrijk, we willen hen een plezierige schooltijd geven. We zijn een soort mede-opvoeders, we kunnen de leerlingen veel aanleren.

7. Welke tip(s) wil je meegeven?
Het is belangrijk om te investeren in ondersteuning, door bijvoorbeeld voldoende uren beschikbaar te stellen. Wij hebben leerlingen die ondersteuning nodig hebben eerder in beeld, doordat we preventief werken. We zijn het een stapje voor. We richten ons ook op de positieve aspecten, zo kunnen leerlingen en docenten iemand uitroepen tot de ‘Kanjer van de maand’. Die wordt dan beloond met iets lekkers uit de kantine of een persoonlijk cadeau. Het is ook de bedoeling dat er in leerlingvolgsysteem Magister positieve dingen over een leerling worden gezet. De leerlingen zijn belangrijk, we willen hen een plezierige schooltijd geven. Hier op school kunnen we hen veel aanleren, we zijn een soort mede-opvoeders. We willen het met z’n allen goed doen. Met 80% van de leerlingen gaat het vanzelf goed, 20% heeft extra aandacht nodig. Onze missie is om goede wereldburgers te maken van onze leerlingen.

Een collega-school in Amsterdam heeft een klas voor leerjaren 1 tot 3 voor leerlingen in het autistisch spectrum. Het is mijn droom om zo’n klas op te zetten voor Lyceum Kralingen. Ik wil graag meer van dit type leerlingen op onze school goed onderwijs en ondersteuning kunnen bieden. In plaats van dat leerlingen wisselen van klaslokaal, komen de docenten naar 1 lokaal. In de hogere klassen worden deze leerlingen weer ingedeeld in de reguliere klassen, omdat ze voorbereid moeten worden op uitstroom naar het hbo en de universiteit.


Beleid van Koers VO is om het perspectief van jongeren te bevorderen door bijvoorbeeld een goede verbinding te maken tussen het regulier en speciaal onderwijs. Door innovatieve initiatieven gericht op vernieuwing van het aanbod worden scholen samen gestimuleerd een adequaat dekkend netwerk van onderwijsvoorzieningen te realiseren.


Lees ook het interview met: