Passend onderwijs op mijn school! – IJsselcollege Pelikaanweg

donderdag 05 jul

7 vragen aan Nanda Verburg, zorgcoördinator van IJsselcollege Pelikaanweg

Interview in pdf-bestand

1. Wie ben jij op school?
Ik ben al 29 jaar werkzaam voor het IJsselcollege. Ik begon als docent uiterlijke verzorging en ben sinds 9 jaar zorgcoördinator?’[1]. In mijn werk coördineer ik de extra ondersteuningsbehoefte voor leerlingen van het IJsselcollege en ben ik contactpersoon voor alle externe partijen, zoals de schoolmaatschappelijk werker, jeugdhulpverlener, jeugdverpleegkundige of wijkagent.

2. Wat zorgt ervoor dat je met plezier jouw werkdag start?
Ik vind het leuk om in mijn werk het verschil te kunnen maken voor een leerling. Dat een leerling succesvol is in het regulier onderwijs door de ondersteuning die we bieden.

Passend onderwijs betekent voor mij ondersteuning bieden aan leerlingen waardoor ze in het regulier onderwijs een diploma kunnen halen.

3. Wat is voor jou passend onderwijs?
Passend onderwijs betekent voor mij ondersteuning bieden aan leerlingen waardoor ze binnen het regulier onderwijs een diploma kunnen halen. Er is echter wel een grens aan de zorg die wij als school kunnen bieden; onze hoofdtaak is onderwijs.

4. Hoe ziet passend onderwijs op jouw school eruit?
De mentor signaleert dat een leerling ondersteuning nodig heeft en bespreekt dat met de afdelingsleider. De afdelingsleider bespreekt het in het wekelijkse zorgoverleg met het zorgteam. Dit zorgteam, bestaande uit de zorgcoördinator, begeleider passend onderwijs, schoolmaatschappelijk werker en leerlingbegeleider, zorgt dat de leerling de ondersteuning krijgt die nodig is. Zo helpt de leerlingbegeleider op didactisch gebied door de leerling te helpen met plannen, achterstanden weg te werken, of problemen met dyslexie. De begeleider passend onderwijs ondersteunt een leerling die begeleiding nodig heeft op zowel internaliserend als externaliserend gedrag. De schoolmaatschappelijk werker spreekt leerlingen die kortdurende ondersteuning nodig heeft en verwijst indien nodig door. Ook stelt ze het toeleidingsformulier op als een leerling tijdelijk doorverwezen wordt naar het OPDC (orthopedagogisch didactisch centrum). Als we hulp nodig hebben van partijen buiten de school, neem ik contact op met een jeugdhulpverlener, jeugdverpleegkundige, jongerenwerker of wijkagent. En als we op school niet direct de oplossing kunnen bieden, vraag ik de consulent van het Koersloket om advies.

We zorgen ervoor dat de leerlingen met plezier naar school gaan, ondanks hun ‘bagage’

5. Wat gaat er goed?
Ik ben trots op wat wij op school met elkaar bereiken. De mentoren kennen de weg naar het zorgteam. We weten elkaar te vinden en durven elkaar aan te spreken. We doen er van alles aan om een leerling succesvol te laten zijn. Of het nu gaat om een leerling met een moeilijke thuissituatie, een leerachterstand, gedragsprobleem, fysieke beperking of een leerling die niet lekker in zijn vel zit. We willen het verschil voor hen maken en ervoor zorgen dat ze met plezier naar school gaan ondanks hun ‘bagage’. Het is belangrijk dat leerlingen kunnen terugkijken op een mooie schooltijd.

6. Wat kan nog beter?
We besteden veel aandacht aan zorg voor leerlingen. Het registeren daarvan in Magister, dat kan beter. Het is een papieren tijger waar docenten en mentoren niet altijd tijd voor hebben. Hun prioriteit ligt bij het lesgeven. Als zorgcoördinator ben ik echter wel afhankelijk van deze informatie.

7. Welke tip(s) wil je meegeven?

  • Leerlingen kunnen het verschil maken voor leerlingen die een extra steuntje nodig hebben
    Drie havo/vwo-leerlingen kwamen naar mij toe met de vraag of ze bijles mochten geven aan andere leerlingen. Ze geven nu elke week een uur bijles aan anderstalige leerlingen. Dit is zo goed bevallen, dat meer leerlingen enthousiast zijn geworden om volgend schooljaar bijles te geven. Het motto van onze school is: ‘een ieder kan van een ieder leren’. Dit zien we op deze manier terug in onze leerlingen. De leerlingen die ondersteuning geven hebben er plezier in en de leerlingen die ondersteuning krijgen ook.

Leerlingen kunnen het verschil maken voor leerlingen die een extra steuntje nodig hebben

  • Maak het verschil door samenwerking
    We zijn van twee aparte locaties naar één schoolgebouw gegaan voor vmbo tot en met vwo. Dat was in het begin wennen, maar het leidt ook tot nieuwe dingen. Volgend jaar doet onze school mee aan een solar-project. De doeners van vmbo techniek en de denkers van havo/vwo ontwerpen samen een boot op zonnepanelen. Ook de docenten van de verschillende afdelingen trekken hierin samen op. Het is een wedstrijd, maar voor ons is het al winst dat de leerlingen en docenten van verschillende afdelingen met elkaar samenwerken.
  • Blijf met elkaar communiceren en stem verwachtingen op elkaar af
    We zijn op school betrokken bij leerlingen, collega’s en ouders. Het is belangrijk dat we met elkaar blijven communiceren en de verwachtingen die we van elkaar hebben op elkaar blijven afstemmen.

 

[1] met ingang van het nieuwe ondersteuningsplan wordt vanaf schooljaar 2018-2019 binnen Koers VO de term ‘ondersteuningscoördinator’ gebruikt i.p.v. ‘zorgcoördinator’.


Lees ook het interview met: