Passend onderwijs op mijn school! – Vak College Hillegersberg

woensdag 14 feb

7 vragen aan Marcel van Dijk, ondersteunings- en onderbouwcoördinator Vak College Hillegersberg

Interview in pdf-bestand

1. Wie ben jij op school?
Ik werk 25 jaar in het onderwijs. Ik ben begonnen als docent lichamelijke opvoeding, daarna ben ik leerlingbegeleider, decaan, mentor en teamleider geweest. Nu ben ik werkzaam als ondersteuningscoördinator en onderbouwcoördinator van het Vak College Hillegersberg. Daarnaast geef ik een aantal uur lichamelijke opvoeding.
Voor leerlingen en docenten ben ik een aanspreekpunt. Ze kunnen bij mij hun verhaal kwijt.

2. Wat zorgt ervoor dat je met plezier jouw werkdag start?
Geen dag is hetzelfde. Ik houd van de interactie met de kinderen. Ze hebben allemaal verschillende hulpvragen, dat maakt het werk divers. In de gesprekken met leerlingen kan je ze helpen in hun ontwikkeling, je kan ze positief beïnvloeden. Je gunt ze het beste.

Een veilige leeromgeving waar leerlingen met plezier
naar school gaan.

3. Wat is voor jou passend onderwijs?
Een veilige leeromgeving waar leerlingen met plezier naar school gaan. Een plek waar leerlingen onderwijs krijgen op hun niveau, niet geremd worden in hun ontwikkeling en kunnen uitstromen naar dat wat bij hen past.

De mentor is de spil in de school en heeft een coachende rol.

4. Hoe ziet passend onderwijs op jouw school eruit?
Bij de intake van leerlingen uit het basisonderwijs, zorgen we voor een warme overdracht door contact op te nemen met de basisschool. Zo hebben we de leerling in beeld. Vervolgens stellen we een groepsaanpak op.
De mentor van de leerling is de spil in de school en heeft een coachende rol. De mentor maakt het ontwikkelingsperspectiefplan (opp) voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en maakt hierover afspraken met de ouders. We hebben in onze school geen social team, maar organiseren een multidisciplinair overleg met de partijen die direct betrokken zijn bij de leerling: ouders, coach, voogd, psycholoog, etc.

Daarnaast hebben we een keer per week een overleg met het ondersteuningsteam, bestaande uit de onder- en bovenbouwcoördinator en schoolmaatschappelijk werker; soms sluit ook de schoolloopbaancoach en begeleider passend onderwijs hierbij aan. Een keer in de zes weken vinden de teambesprekingen plaats. Docenten geven aan tegen welke problemen ze aanlopen en hoe ze dit gaan oplossen.

5. Wat gaat er goed?
We hebben een nieuwe route ingesteld voor ondersteuning waarbij meer verantwoordelijkheid ligt bij de eerste lijn. Zo wordt het signaleren en waarnemen bij de juiste persoon neergelegd.
De sfeer binnen het schoolteam is goed, iedereen is positief ingesteld en helpt elkaar. Het is belangrijk dat we samen groeien en plezier uitstralen als team, dit heeft ook een positief effect op de leerlingen.

6. Wat kan nog beter?
Het doorverwijzen naar externe hulpverleners kan beter. Tot nu toe heeft het wijkteam nog geen grote slagkracht. Verder zou ik een breder zorgteam op school willen hebben, zodat we bijvoorbeeld eerder kunnen doorverwijzen naar een orthopedagoog.

Oog hebben voor de leerling, aandacht voor het individu.

7. Welke tip(s) wil je meegeven?
We leven in een snelle maatschappij waarin veel van leerlingen wordt verwacht. Het is dan belangrijk om oog te hebben voor de leerling, aandacht voor het individu. Goed te luisteren naar zijn of haar verhaal, de diepere boodschap die erachter zit.
In gesprekken met docent en leerling, streef ik naar een win-win situatie waar zowel de leerling als de docent met een goed gevoel naar buiten stapt.


Lees ook het interview met: